prana power yoga coupon jail ale gift set albuterol hfa inhaler coupon can you rent movies on itunes with a gift card carmel mission basilica gift shop

De Antilliaanse wind van voren

1 augustus 2021
Posted in Blog 2021
1 augustus 2021 Maaike van de Beek

De Antilliaanse wind van voren

Op 17 maart 2021 waren de verkiezingen voor de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Alle Nederlanders van 18 jaar en ouder mogen hun stem uitbrengen, zo vermeldt artikel B 1 Kieswet. Echter, het Koninkrijk der Nederlanden bestaat niet alleen uit het land Nederland. In de Caribische zee liggen de eilanden Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze landen horen ook bij het koninkrijk, maar de inwoners van deze eilanden mogen niet door middel van hun actieve kiesrecht deelnemen aan de Tweede Kamerverkiezingen. Ontstaat er een democratisch tekort nu de Caribische inwoners van het koninkrijk niet mogen stemmen voor de leden van de Tweede Kamer? Deze vraag zal in dit blog centraal staan. Er kunnen over dit onderwerp hele lange essays geschreven worden, maar dat zullen we voor de goede orde hier niet doen.

Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat sinds 10 oktober 2010 uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.[1] Alle vier de landen hebben hun eigen parlementaire vertegenwoordigingsorganen.[2] De landen zijn dus autonoom, wat betekent dat zij zelf hun eigen aangelegenheden behartigen, dit is te lezen in art. 41 lid 1 van het Statuut. Er is dan ook geen rijksparlement en gezien het feit dat de landen ver uit elkaar liggen, ligt het aantal te regelen aangelegenheden van het koninkrijk vrij laag.[3] Uit artikel 4 van het Statuut volgt dat de wetgevende macht in aangelegenheden van het koninkrijk wordt uitgeoefend door de wetgever van het koninkrijk. Deze wetgever bestaat uit de koning en de Raad van Ministers van het koninkrijk en de Staten-Generaal van Nederland, ook wel de koninkrijksregering. Alhoewel de vertegenwoordigende lichamen van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten geen onderdeel zijn van de wetgever bij de totstandkoming van rijkswetten, zijn zij er toch wel enigszins bij betrokken. Deze totstandkomingsprocedure is te vinden in artikel 15 tot en met 21 van het Statuut. Bij deze procedure worden de vertegenwoordigende organen van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten voorzien van enige controle op het wetgevingsproces.[4] Echter, na enig onderzoek kan men concluderen dat de bevoegdheden van de overzeese parlementen louter vrijblijvend zijn. Zij hebben dus beperkt invloed op wetgeving die ook voor hen geldt.

Levert dit dan een democratisch tekort op is de vervolgvraag? De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft zich hier onder andere op 22 november 2006 over uitgesproken.[5] In deze zaak werden twee standpunten aangevoerd voor het democratisch tekort. Allereerst zou volgens appellanten de Tweede Kamer moeten worden aangemerkt als medewetgever als het gaat om aangelegenheden die conform het Statuut geregeld moeten worden bij rijkswet. Volgens appellanten functioneren de Staten-Generaal dan ook als het parlement van het Koninkrijk en niet alleen van Nederland. Hier ging de Afdeling niet in mee. De Afdeling zegt dat het Statuut niet voorziet in Koninkrijksparlement, de drie landen hebben een eigen volksvertegenwoordiging die een “democratisch gelegitimeerde inbreng” hebben op de rijkswetgeving.
De tweede eis van appellanten ging over het ongerechtvaardigde onderscheid dat de Kieswet zou maken tussen aan de ene kant Nederlanders in het buitenland en aan de andere kant Nederlanders op Aruba. Om hier een antwoord op te geven wendt de Afdeling zich tot de wetsgeschiedenis. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel B1 van de Kieswet blijkt namelijk dat na tien jaar ingezetene te zijn, een zodanige band met Nederland is ontstaan dat het toekennen van kiesrecht voor de Tweede Kamer gerechtvaardigd is.[6] Er is dus een gerechtvaardigd onderscheid tussen ingezetenen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten die tien jaar ingezetene zijn geweest van Nederland en ingezetenen die nog nooit in Nederland hebben verbleven.

Er is dus geen sprake van een zeer uitgesproken democratisch tekort, maar er is ook geen sprake van volledige vertegenwoordiging van de Caribische inwoners van het koninkrijk in de rijkswetgevingsprocedure. Consensus betreffende het democratisch tekort zal voorlopig nog niet bereikt worden. Wat vind jij? Zouden inwoners van Aruba, Curaçao en Sint Maarten volgens jou mogen stemmen voor de leden van de Tweede Kamer?

 

 

 

[1] Zie art. 1 Statuut.

[2] Rogier, Ars Aequi september 2010, p.569-570.

[3] Broekhuijse 2012, p.211.

[4] Broekhuijse 2012, p. 68.

[5] ABRvS 21 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ3201, AB 2007/121 met annotatie van P.J. Stolk.

[6] Kamerstukken I, 1984/85, 18 694, nr. 232b, p.2.